De historische waarde van de oude Gasfabriek willen we behouden en doorgeven aan de stad. Samen laten we het erfgoed weer stomen. Zodat er vanuit deze plek -net als vroeger- weer energie door de stad stroomt!
De oude Gasfabriek is een plek vol verhalen – en die willen we niet kwijt. Dit stukje Alkmaarse geschiedenis geven we graag door aan de stad. Samen brengen we het erfgoed weer tot leven. Net als vroeger toen vanaf hier energie door Alkmaar stroomde.
Alkmaar en de komst van gas
Ook Alkmaar, toen nog vooral een agrarische stad, ging in de 19e eeuw mee met de industriële ontwikkelingen. In 1852 werd er een nieuwe lichtbron ontdekt. Namelijk gas wat werd gewonnen uit steenkool. In Alkmaar werd hiervoor een leidingennet aangelegd voor het stadsgas. Straatverlichting zou voortaan met gaslantaarns gebeuren. Eeuwenlang waren olie en kaarsen de standaard geweest, maar gaslicht was helderder, handiger en moderner. Met de aanleg van het kanaal groeide de industrie langs de kades en daarmee ook de vraag naar energie. Steenkoolgas was toen dé oplossing, en dus was een gasfabriek nodig.
De eerste gasfabriek
Veel gemeenten durfden het nog niet aan om zelf een gasfabriek te runnen en besteedden dit uit. Alkmaar deed dat ook. Drie Amsterdamse ondernemers – Ferrari, Zimmer en Holtz – richtten de Alkmaarsche Pijpgaz Compagnie op. In 1853 bouwden zij een gasfabriek aan de Paardenmarkt en legden een leidingennet aan door de stad. Nog datzelfde jaar brandden de meeste van de 227 straatlantaarns al op gas. De eerste gaslantaarn die werd aangestoken was een echte gebeurtenis. In maart 1854 verzamelde zich ’s nachts een grote menigte bij herberg De Roode Leeuw. Onder luid gejuich werd daar de eerste gaslamp van Alkmaar ontstoken. Het gaslicht werd gevierd met vuurwerk bij het stadhuis – een gedenkwaardig moment voor de stad. En bijzonder: de vierarmige lantaarn bij de Mient brandt nog altijd op gas.
Groei en uitbreiding
Gas werd niet alleen gebruikt voor straatverlichting, maar ook door particulieren. Vooral rijkere Alkmaarders stapten over op deze moderne lichtbron. Toch bleef voor veel mensen de olielamp nog jarenlang de norm. Omdat gas duur was, bleef het gebruik beperkt. Pas toen gemeenten eind 19e eeuw zelf gasfabrieken gingen overnemen, konden de prijzen omlaag. In Alkmaar gebeurde dat in 1882: de fabriek werd gemeentelijk bezit. Dat bleek een slimme zet. Het aantal gebruikers groeide snel en de fabriek werd meerdere keren uitgebreid. De Gasfabriek lag tussen de Kanaalkade, Paardenmarkt en Paternosterstraat en bestond uit gashouders, een stokerij, kolenopslag en een directeurswoning. Al snel kwam er een derde gashouder bij. Door de groeiende vraag werd het terrein aan de Paardenmarkt ondanks meerdere uitbreidingen uiteindelijk te klein. In 1915 verrees een nieuwe Gasfabriek aan de rand va van de stad: aan de Helderseweg, naast het slachthuis. Op 10 juli 1917 stroomt de eerste kubieke meter stadsgas vanaf hier het net in.
Van stadsgas naar aardgas
Maar na de vondst in 1959 van een grote aardgasbel in het dorp Slochteren te Groningen veranderde alles. De geologische ondergrond van Noord-Holland gaf aanleiding om te vermoeden dat ook hier kansen waren om aardgas te vinden. In 1964 vond Amoca een winbare voorraad aardags in de bodem van de Schermer. Er kwamen later tal van aardgas vondsten bij. Ook in de Boekelermeer en Bergermeer in het zogeheten Alkmaarderveld. In 1967 kwamen er kachels op aardgas op de markt en was het snel gedaan met het roet en de kolen. Van 1883 tot 1968 produceerde de gemeente Alkmaar geheel zelfstandig gas. Daarna in 1968 stapte de regio officieel over van stadsgas op aardgas. Fornuizen werden gratis aangepast en de kolenkachel verdween uit de huizen. De oude gasfabrieken raakten overbodig en werden grotendeels gesloopt. Maar ook daarna bleef Alkmaar als stad om gas draaien en dat zal nog wel even zo blijven.
Aardgasveld als opslag
Het oorspronkelijke Bergermeer-aardgasveld werd in 1972 in productie genomen voor de winning van aardgas. De gaswinning ging door tot 2007, waarna het veld werd omgevormd tot een gasopslagfaciliteit. Sinds 1974 wordt er ook aardgas gewonnen uit kleine gasvelden bij Bergen aan Zee, Groet en de Schermer. Dat gas ging via een netwerk van ondergrondse pijpleidingen naar de installatie aan de Oude Helderseweg. Waar het werd klaargemaakt om het landelijke gasnet in te gaan – een vertrouwd stukje energiegeschiedenis voor de regio. Maar aan dat tijdperk komt nu een einde. Energiebedrijf TAQA is gestopt met de gaswinning uit het gebied Bergen II. Na meer dan 50 jaar wordt de gasbehandelingsinstallatie aan de Oude Helderseweg ontmanteld. Best bijzonder als je bedenkt hoe lang deze plek een rol heeft gespeeld in onze energievoorziening.
Helemaal weg is TAQA overigens niet. Het bedrijf blijft actief in de regio met de gasopslag in de Bergermeer. En dat is geen overbodige luxe, want Nederland wordt steeds afhankelijker van gas uit het buitenland. Dat Nederland nog steeds voor zo’n groot deel draait op aardgas is een gevolg van de gasvondst in Groningen. Maar het gasveld in Groningen raakt op. Daardoor kan dit gas uit Groningen steeds minder de grote pieken in de vraag naar aardgas opvangen. Die pieken zijn er vooral in de winter, wanneer we met zijn allen veel meer gas verbruiken om huizen en kantoren te verwarmen. Voor zekere levering is gasopslag nodig. Toen het veld hier in de Bergermeer leeg was bleek het hiervoor bij uitstek geschikt. De eerste commerciële opslag van aardgas in het Bergermeerveld is gestart in 2014. Waar 9 miljard kubieke meter gas is opgeslagen, waarvan een commerciële werkvoorraad van 4,1 miljard kubieke meter. De rest is zogenoemd ‘kussengas’ om het veld op een minimale druk te houden. De opslagfaciliteit, beheerd door TAQA Energy en EBN, is nu een van de grootste vrij toegankelijke ondergrondse gasopslagplaatsen in West-Europa. Wat past bij de Nederlandse ambitie de gasrotonde voor Noord- en West-Europa te worden. Tegenwoordig verwarmen we onze huizen dus met aardgas en zorgt het Bergermeerveld voor de constante aanvoer.
Erfgoed met toekomst
De gaswinning mag dan zijn gestopt, gas speelt dus nog steeds een rol in Alkmaar – op een andere manier. Nu herinnerd alleen het gebouw uit 1915 nog aan de tijd dat de gemeente Alkmaar bijna een eeuw lang gas produceerde. Lange tijd stond het leeg en dreigde sloop. Ook het terrein lag er jaren verlaten bij. Dit erfgoed, de verhalen, het stalen spant en de bakstenen hebben we weer tot leven laten komen. Zo kan iedereen – jong en oud – blijven ervaren wat de GAS!Fabriek was en nog steeds betekent voor Alkmaar.
Help ons met deze missie en laat deze plek stomen. DOE MEE!
Bronnen: Beeld: Onbekend / Collectie Regionaal Archief Alkmaar / FO 1001041.
Tekst: RVO.nl, Wikipedia en nieuws.nl.
